Het landschap dat ademt met mensen
MITEM13 Kroniek 10. Pier 21, Leeuwarden, Nederland: Kanoet

Door: Ungvári Judit
Fotograaf: Zsolt Eöri-Szabó

Het Friestalige theater Pier 21 in Nederland sloot zich aan bij het MITEM-programma, dat theaters van etnische en taalkundige minderheden presenteert, met een bijzondere en hartverwarmende voorstelling, oorspronkelijk gericht op jongeren. De soloproductie werd uitgevoerd door Theo Smedes.

Het feit dat het publiek in Boedapest bij de jeugdvoorstelling niet uit tieners bestond, had ongetwijfeld een zekere charme. Maar dit deed niets af aan de waarde van de productie, die in wezen een educatieve functie vervulde, vooral omdat de toeschouwers de details van de Friese vogels waarschijnlijk met dezelfde naïeve verwondering bekeken als Nederlandse jongeren waarschijnlijk doen wanneer ze zich verwonderen over deze wereld, die wellicht even onbekend voor hen is.

Ik hoorde zelf voor het eerst over de vogels van de Waddenzee, die deel uitmaakt van het UNESCO Werelderfgoed, en ik was totaal niet bekend met dit gebied. De voorstelling, die deze kleine wereld presenteerde in een prachtig raamverhaal, maakte dan ook een grote indruk op me. Het raamverhaal zelf had een eigen symboliek, omdat het het verhaal over de Friese vogels vertelde vanuit het perspectief van een jongen die op zijn vader wacht. Zijn vader komt echter niet opdagen voor het educatieve programma, waardoor de jongen “gedwongen” is om te vertellen over het onderwerp: de Friese eilanden en de vogels die er leven, waar hij alles van weet, omdat hij de presentaties van zijn vader talloze keren heeft aangehoord. In de relatie tussen vader en zoon, die geïnteresseerd is in vogels en ze goed kent, is het moment van overerving te zien waar deze voorstelling over wil spreken. De “hoofdpersoon”, de Noordse stern, die in het Nederlands “kanoet” heet, wordt in het Fries ook wel “mient” genoemd. Het is dus geen toeval dat de jongen in de voorstelling Mient heet. De erfenis van de vader, de diepe kennis en het respect voor kustvogels, werd door Mient, vertolkt door Theo Smedes, doorgegeven aan het publiek. Via hem maakten we kennis met de ruige kustlijn van de Waddenzee, met zijn eilanden en riffen, en zijn gevleugelde bewoners.

Dit soort gemeenschapsgerichte educatie is niet vreemd voor het in 2013 opgerichte theatergezelschap Pier 21, dat dialoog met het publiek over belangrijke maatschappelijke thema’s als missie heeft. Als reizend theater bereiken ze jaarlijks zo’n 15.000 toeschouwers, spelen ze in theaters in Friesland, maar ook in kleinere zalen, en sinds kort proberen ze hun producties, die voornamelijk in het Fries zijn geschreven, ook buiten Nederland te laten zien. Deze taal wordt gesproken door ongeveer 400.000 mensen, en hoewel ze worstelen met het trieste fenomeen van taalverlies op wereldwijde schaal, hebben de leiders van het gezelschap tijdens bijeenkomsten over minderheidstheaters, georganiseerd door het Nationaal Theater, tot nu toe ook positieve ontwikkelingen gemeld, omdat jongeren de Fries steeds vaker gebruiken in de communicatie met hun leeftijdsgenoten.

De basis van de artistieke praktijk van Pier 21 is maatschappelijk geëngageerd verhalen vertellen, aldus de leiding van het gezelschap. Daarom kiezen ze onderwerpen die vragen oproepen over identiteit, sociale ongelijkheid, vrijheid en verbondenheid, de moeilijkheden van het plattelandsleven, euthanasie, de erfenis van het nationale verleden of slavernij. Het is belangrijk voor hen om de problemen van lokale gemeenschappen aan te kaarten en lokale thema’s bekend te maken bij een breder publiek, zowel in Nederland als via internationale samenwerking. “Onze huidige situatie draait om de spanning tussen het lokale en het universele, omdat onze verhalen vaak geworteld zijn in de Friese cultuur en geschiedenis, maar veel verder reiken dan onze regio. Deze dualiteit is zeker een uitdaging, maar biedt ons ook de mogelijkheid om samen te werken met andere theaters die in een vergelijkbare specifieke taalkundige en culturele omgeving werken”, aldus Maaike Beckers, internationaal manager van het Friestalige theater, tijdens het webinar in december, waar deelnemers de oprichting van de Wereld Federatie van Nationaliteitstheaters bespraken.

Ik denk dat deze voorstelling een geweldig voorbeeld was van hoe je een lokale waarde op een voorbeeldige manier kunt laten zien, terwijl je tegelijkertijd de aandacht vestigt op het belang van natuurlijk en cultureel erfgoed. Voor de natuurminnende inwoners van de Friese regio is niet alleen het voortbestaan ​​van de Arctische kustvogels belangrijk, maar ook het landschap dat in een organische eenheid met de mens leeft en ademt. Deze eenheid is vanzelfsprekend verbonden met de zee, de kust, het voor hen unieke geografische gebied en het respect voor de vogels die daarmee samenhangt, omdat hun cultuur hierin geworteld is. In die zin was de Friese theatervoorstelling ook voor ons een voorbeeld, omdat ze de waardering voor onze eigen micro-omgeving benadrukte. Het is van groot belang dat deze lokale waarden, die overal te ervaren zijn en overal zo verfrissend anders zijn, niet verdwijnen. En het allerbelangrijkste is dat de volgende generaties deze waarden leren kennen. Want dan is er hoop.

Kanoet vliegt door naar het MITEM Festival in Boedapest

Eind april reisde Pier21 met Kanoet af naar Boedapest, Hongarije. Op uitnodiging van het internationale MITEM Festival speelde Theo Smedes de voorstelling in het Fries, met Hongaarse en Engelse boventiteling, in het indrukwekkende National Theatre of Hungary.

Het MITEM Festival, voluit Madách International Theatre Meeting, geldt als een van de belangrijkste internationale theaterfestivals van Centraal-Europa. Jaarlijks brengt het festival theatermakers en gezelschappen uit de hele wereld samen voor een programma vol voorstellingen, ontmoetingen en uitwisseling. Dit jaar lag de nadruk onder meer op minderheidstalen en culturele diversiteit, een thema dat nauw aansluit bij het werk van Pier21 en bij de ontwikkeling van de World Association of Minority Theatres, waarvan Pier21 in december 2025 al een symposium bijwoonde.

Namens Pier21 reisden Theo, Alie, David en Maaike naar de Hongaarse hoofdstad. Op 29 april speelde Theo Kanoet voor een volle zaal met bezoekers uit onder meer Hongarije, Catalonië, Roemenië en Nederland. Daarmee voegt de voorstelling opnieuw een bijzonder hoofdstuk toe aan haar internationale reis. Eerder was Kanoet al te zien in Fryslân, Nederland, Duitsland, Mauritanië, Tunesië en Italië.

In Kanoet bereidt Mient een presentatie van zijn vader over waddenvogels voor. Terwijl alle opgezette vogels en materialen al klaarstaan, blijft zijn vader weg en moet Mient het verhaal alleen vertellen. Het levert een ontroerende voorstelling op over natuur, verlies en verbondenheid met het Wad.

Theo: “Wat een bijzondere ervaring! Ik ben dan ook ontzettend dankbaar en blij dat ik met Pier21 nog één keer ‘mijn Kanoet’ mocht spelen en wel in het Frysk én in het Nationale Theatre van Boedapest (Nemzeti Színház)”.

Naast de voorstelling was er ook ruimte om andere producties van het festival te bezoeken. Zo zagen we Mary Stuart van het Roemeense gezelschap Ion Luca Caragiale National Theatre of Bucharest en spraken we met onder anderen Kirill Fokin en Kozima Kósa van de World Association of Minority Theatres en met Attila Vidnyánszky, directeur van het National Theatre of Hungary.

Tussen alle theateractiviteiten door was er gelukkig ook tijd om Boedapest te ontdekken. Een boottocht over de Donau en het uitzicht vanaf het Castle District maakten de reis compleet. We kijken terug op een inspirerend en hartelijk verblijf en bedanken Anna Tamási-Szekér voor de gastvrijheid en de goede zorgen. Misschien tot volgend jaar!

Lees hier de recensie van Kanoet in Boedapest, geschreven door Ungvári Judit

Fotograaf: Pier21 en Zsolt Eöri-Szabó

 

Voor Pier21 interviewde journalist Kirsten van Santen verpleegkundig centralist Helga naar aanleiding van de voorstelling En ik dan?

Twee dagen in de week, al 26 jaar, werkt Helga (53) op de Meldkamer Noord-Nederland in Drachten. Wie 112 belt, krijgt haar aan de lijn. Daarnaast werkt ze sinds 14 jaar ook twee dagen in de week als verpleegkundige op de ‘middencomplex ambulance’ – dat is planbaar ambulancevervoer.

Het is vooral in die laatste hoedanigheid dat ze mantelzorgers treft: ze vervoert mensen die hun heup hebben gebroken naar het ziekenhuis, patiënten die voor een bestraling naar het ziekenhuis moeten of ouderen met malaise-klachten waardoor het thuis niet meer gaat. Ze vervoert mensen van het ziekenhuis naar het hospice, of naar huis, om te sterven. Schakelmomenten, kruispunten. ,,Wij verkeren in het echte leven. Je belandt altijd midden in een situatie.’’

Wanneer iemand van huis wordt opgehaald om in het hospice te gaan sterven, dan is dat een emotioneel moment, ook voor de mantelzorgers, een partner, de kinderen. Helga weet hoe belangrijk het dan is om de tijd te nemen voor het afscheid. ,,Het is dan ook aan ons om vervolgens te zeggen: we gaan. Wat we vaak doen is de mensen vragen of er nog een speciale plek is waar ze langs willen rijden.’’

Het is die medemenselijkheid waardoor haar werk zo mooi blijft, hoe moeilijk ook. ,,Mensen zijn verdrietig of juist heel boos. Dan proberen wij adequaat te reageren.’’ Ze herinnert zich nog goed de zoon die voor zijn oude moeder zorgde. Hij sliep bij haar, werkte vanuit haar huis, kon haar niet meer alleen laten, had eigenlijk geen eigen leven meer. Toen de ambulance de oude vrouw ophaalde om haar naar een tijdelijke opvangplek te brengen, was de zoon volledig ontredderd. ,,Dat registreren we, zo’n overbelaste mantelzorger, dat melden we.’’ 

Ook op de Meldkamer komen telefoontjes van familieleden binnen die ten einde raad zijn. Een verwarde ouder, het gevoel van het kastje naar de muur gestuurd te worden, de huisarts die moeilijk te bereiken is – ze zijn wanhopig en gefrustreerd. ,,Mensen bellen dan 112 in de hoop dat er door een ambulance schot in de zaak komt, maar zo werkt dat niet.’’ Het zijn pittige gesprekken, zegt Helga, maar ze weet er raad mee, schakelt snel met hulporganisaties. 

Als verpleegkundig centralist is ze er voor de echte noodgevallen, wanneer iedere minuut telt: ongelukken, hartfalen, hersenbloedingen. ,,De moeilijkste 112-oproepen vind ik wanneer het kinderen betreft. Huiselijk geweld is ook zwaar, net als suïcides. Wij moeten altijd zowel menselijk reageren als professioneel blijven. Is een ambulance nodig? Wat is er precies aan de hand? Hoeveel mensen zijn er betrokken? Moet de brandweer worden ingeschakeld of de traumaheli? Om dat te bepalen, moet ik een aantal dingen weten, dat gaat heel zakelijk, volgens protocollen.’’

Ze vindt het na afloop van een dienst fijn om alleen in de auto naar huis te rijden en een podcast te luisteren – even omschakelen. ,,Ik wil daarom ook liever niet carpoolen.’’ Zodra ze thuis is, bij haar vriend en hun twee kinderen, is ze veel al ‘kwijt’. Wanneer er toch dingen in haar hoofd blijven rondspoken, biedt haar partner een luisterend oor. En ook op haar werk zijn er altijd collega’s om mee te praten en er is een bedrijfsopvangteam. ,,Verder moet je er tussendoor gewoon wat gezelligs van maken op je werk, dat is belangrijk: ook met de feestdagen en tijdens nachtdiensten.’’

De mentaliteit van de burger is de laatste jaren veranderd, merkt Helga. Mensen hebben een kort lontje en kunnen veeleisend zijn. ,,Ze eisen hulp alsof ze een pizza bestellen. En de jonge generatie beschikt niet meer over beltechnieken, het gaat van ‘yo bro’ en ‘gast’. Dat is niet prettig, maar je doet er ook niets aan.’’ Wanneer Helga dan weer in haar auto zit en muziek van Coldplay of Snowpatrol opzet, is ze het snel weer vergeten.

Door: Kirsten van Santen
Fotografie: Natalia Balanina